De focus bij kankerbehandeling ligt traditioneel op de tumor: waar zit hij, hoe ver is hij gevorderd, hoe agressief is hij? Maar intussen groeit het besef dat een totaal andere speler in de coulissen de regie overneemt: je darmmicrobioom.
Onderzoekers tonen aan dat de bacteriën in je darmen niet alleen invloed hebben op je weerstand, maar ook mee bepalen hoe goed je lichaam reageert op chemotherapie en immunotherapie. In sommige gevallen zijn ze zelfs doorslaggevend voor het succes of falen van een behandeling.
Twee mensen. Zelfde kankerdiagnose. Zelfde behandeling. Maar totaal ander resultaat.
Een verklaring ligt vaak in de microbiële samenstelling van hun darmen. Sommige bacteriën:
Andere soorten doen net het omgekeerde. Ze breken medicatie te vroeg af, blokkeren de immuunrespons of veroorzaken extra darmontstekingen.
Je darmflora kan dus de ‘filter’ zijn die beslist hoeveel van je therapie écht aankomt.
Bij immunotherapie draait alles om het ‘wakker maken’ van het immuunsysteem. Maar dat systeem vertrouwt sterk op signalen uit de darmen. Bepaalde bacteriën zoals Akkermansia muciniphila en Faecalibacterium prausnitzii versterken de immuunrespons.
Ze zorgen voor:
Een verarmde of disbalansflora kan die communicatie verstoren. Zo blijkt uit onderzoek dat mensen met minder microbieel evenwicht minder baat hebben bij checkpointremmers – een van de meest gebruikte vormen van immunotherapie.
Wat als je de verkeerde bacteriën hebt? Dan kun je ingrijpen. Niet met pillen, maar met... poep.
Fecestransplantatie – het overbrengen van darmflora van een gezonde donor naar een zieke patiënt – heeft al veelbelovend resultaat opgeleverd. In sommige studies:
Het idee? Herstel de juiste bacteriële signatuur, en je lichaam kan wél meewerken.
De toekomst van kankerbehandeling is niet alleen genetisch, maar ook bacterieel. Patiënten zullen misschien niet enkel een biopsie ondergaan, maar ook een microbioomscan.
Stel je voor:
Dat is geen sciencefiction. Verschillende klinische studies wereldwijd testen dit nu al uit bij darmkanker, melanoom en longkanker.
Je darmflora is geen figurant in het verhaal van kankerbehandeling, maar een regisseur. Het bepaalt of je therapie een kans krijgt, of je immuunsysteem meewerkt, of je lichaam het aankan.
Wie kanker wil behandelen, moet ook de omgeving aanpakken waarin de tumor leeft. En dat begint in je buik. Dus ja, misschien redt een bacterie straks je leven – of saboteert hij het. De keuze? Die wordt vandaag al beïnvloed door wat er leeft in je darmen.