07 augustus 2025
Darmkanker treft zowel mannen als vrouwen, maar niet op dezelfde manier. Mannen hebben gemiddeld een hoger risico op het ontwikkelen van de ziekte, terwijl vrouwen vaak later of anders reageren op behandelingen.
De verklaring? Niet alleen hormonen en genetica spelen een rol, maar ook de darmflora. Die blijkt verrassend seksespecifiek te zijn.
Vrouwen hebben – zeker vóór de menopauze – een hormonaal voordeel. Oestrogenen stimuleren bepaalde darmbacteriën die:
Bij mannen zien we vaker een minder diverse darmflora, met relatief meer bacteriën die geassocieerd worden met ontsteking en metabolisch risico, wat bijdraagt aan hogere kankerrisico’s op jongere leeftijd.
Immunotherapie en chemotherapie werken niet voor iedereen even goed. Onderzoek toont aan dat de samenstelling van de darmflora hier een bepalende factor is. Maar wat minder bekend is: mannen en vrouwen reageren verschillend op dezelfde therapie, mede door hun darmbacteriën.
Vrouwen hebben vaker een microbioom dat sterker interageert met het immuunsysteem, wat kan zorgen voor een betere respons op immuuntherapie, maar ook meer bijwerkingen. Bij mannen kan het microbioom soms juist remmend werken op therapie – tenzij het eerst gericht wordt aangepast.
De manier waarop je darmflora verstoord raakt – bijvoorbeeld door antibiotica, stress of voeding – verschilt ook tussen mannen en vrouwen. Zo zijn vrouwen gevoeliger voor stressgerelateerde darmdysbiose, terwijl mannen sneller microbioomschade oplopen door vet- of eiwitrijke diëten.
Dat betekent dat preventie, herstel én behandeling baat hebben bij meer gepersonaliseerde strategieën op basis van sekse.
De toekomst van darmkankeronderzoek ligt in de details – en sekse is er daar één van. Door beter te begrijpen hoe mannen en vrouwen verschillen in darmflora, hormoonhuishouding en immuunreactie, kunnen we slimmere preventie en effectievere therapieën ontwikkelen.
Want in de strijd tegen darmkanker geldt: niet alleen wie je bent, maar ook hoe je darmen functioneren, bepaalt je kansen.